Voorkeurshouding

Sinds een aantal jaren raden artsen en consultatiebureaus aan de kinderen steeds op de rug te leggen. Dit heeft tot gevolg dat het aantal baby’s met voorkeurshouding en de daaruitvolgende schedelafvlakking veel vaker voorkomen. Twee op tien baby’s ontwikkelen in meer of mindere mate een voorkeurshouding met schedelafvlakking. Dit wil ook zeggen dat acht op tien dit niet ontwikkelen.

Volgens de osteopathie en andere vormen van complementaire geneeswijzen heeft een voorkeurshouding een onderliggende oorzaak.

Mogelijke risicofactoren:
- Geforceerde bevalling (zuignap, forceps, ingeleide bevallingen etc.).
- Langdurige indaling voor de bevalling: baby zit gedurende een bepaalde tijd in één houding geklemd in het bekken van de moeder.
- Foute ligging in de baarmoeder.
- Meerlingen: door plaatsgebrek in de baarmoeder ligt het hoofd vaak lange tijd in dezelfde houding, dit komt bij 50% van de meerlingen voor.
- Eerste kind: bevallingen van uw eerste kind verloopt statistisch moeilijker.

Uit al deze mogelijke risicofactoren komt naar voren dat de houding van het hoofdje en de kracht die op het hoofdje terecht komen van groot belang zijn. Dit kan voor een blokkade in de nek zorgen waardoor de baby gedwongen wordt in een bepaalde houding te liggen. De spanning in een bepaald gedeelte van de schedel kan verhoogd zijn waardoor de baby alle druk op dit gedeelte wil vermijden. De baby kiest dan de minst pijnlijke kant om op te liggen. Ook krampen van maag en darmen kunnen leiden tot een voorkeurshouding. De baby zoekt dan naar een houding om deze pijn te onderdrukken.

De osteopaat zal al deze mogelijkheden nagaan en behandelen waar nodig.