Prinsjesdag: Oefentherapie bij etalagebenen in 2017 in de basisverzekering

De aanspraak oefentherapie bij claudicatio intermittens (etalagebenen) bij perifeer arterieel vaatlijden in fase 2 wordt met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd, waardoor aanspraak bestaat op 37 behandelingen gesuperviseerde oefentherapie verspreid over een jaar. Hierbij zullen voor verzekerden van 18 jaar en ouder ook de eerste 20 behandelingen met deze gesuperviseerde oefentherapie ten laste van de Zvw worden vergoed. Door toepassing van een stepped-care-benadering bij de behandeling van claudicatio intermittens fase 2 zal het aantal invasieve behandelingen door een vaatchirurg aanzienlijk worden verminderd en worden de kosten binnen de medisch specialistische zorg bespaard. Volgens berekeningen van het Zorginstituut nemen de kosten voor oefentherapie per saldo met € 20 miljoen per jaar toe en bedragen de besparingen in de medisch-specialistische zorg € 41,5 miljoen. Voor zover de besparingen in die specialistische zorg niet nodig zijn voor dekking van de meerkosten voor oefentherapie, kunnen ze in de specialistische zorg worden ingezet voor de feitelijke invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer. In welke mate de beoogde effecten ook daadwerkelijk worden bereikt is afhankelijk van de mate waarin in de praktijk vorm en inhoud wordt gegeven aan gesuperviseerde oefentherapie. Daarom wordt voor het invoeringsjaar 2017 gerekend met de helft van de bedragen die het Zorginstituut noemt.


Dat betekent dat de minister in de begroting uitgaat van 10 miljoen voor oefentherapie. In de begroting staan geen nieuwe mededelingen over het door het KNGF ingezette proces om ook reuma- en artrosepatiënten fysiotherapie in de basisverzekering op te nemen. Net als voor patiënten met hartfalen. Eind van dit jaar wordt het advies van het Zorginstituut daarover verwacht, evenals een breder systeemadvies over het effect van het niet vergoeden van de eerste 20 behandelingen in de basisverzekering. Het KNGF gaat ervan uit dat bij de pakketdiscussie in de Tweede Kamer in juni 2017, daarover beslissingen worden genomen die de positie van fysiotherapie in de gezondheidszorg verder verbetert. Wel moet gezegd worden dat de discussie plaats zal vinden na de verkiezingen en waarschijnlijk tijdens de kabinetsformatie. Dat zou kunnen leiden tot gefaseerde invoering in 2018 en realisatie van alle KNGF wensen op een later tijdstip in de nieuwe kabinetsperiode.

Begroting VWS 2017: cijfers op hoofdlijnen
Voor 2017 (basisverzekering):

Totaal paramedisch            € 723,8 miljoen (was in 2016 € 702,5)

w.v. fysiotherapie                € 496,7 miljoen (was in 2016 € 488,7)

Totaal eerstelijns zorg:        € 5.503,2 miljoen

w.v. huisartsenzorg             € 2.857,8 miljoen

multidisciplinaire zorg          € 471,6 miljoen

Eerstelijnsverblijf/
Geriatrische revalidatie        € 976,7 miljoen (w.v. ELV € 233 miljoen)

Wijkverpleging                     € 3.612,8 miljoen

Tweedelijns zorg                 € 23.559,2 miljoen

Oefentherapie bij CI            € 10,0 miljoen (2017, daarna 20)

Artikel uit

Publicatie: 27 september 2016